Te verlegen om rechtop te lopen

5 min leestijd: Hoe loop je wanneer je verlegen bent? En kun je dat met oefentherapie veranderen? Wanneer iemand treurig is zie je dat aan zijn of haar houding. Is iemand blij? Dan zie je dat ook. Diegene loopt rechtop en met een open blik. Hoe gaat dat wanneer je verlegen bent? en wat doe je als therapeut?

5 min leestijd

Opgelucht wanneer de naam geroepen wordt
In de wachtkamer zit eenman van halverwege de 40. Hij zit stilletje in een hoekje. De benen over elkaar geslagen gesloten van de andere wachtenden. De schouders heeft hij naar voren naar elkaar toe getrokken en afgedraaid van de andere mensen. Wanneer ik zijn naam roep kijkt hij opgelucht op. Alsof hij blij is dat hij weg mag.

Tijdens de anamnese vertelt hij dat hij nek- en schouderklachten heeft. Daarnaast komt er steeds vaker hoofdpijn bij gedurende dag. Dat was dan ook de reden om contact met mij te zoeken. Hij heeft het idee dat het nu steeds erger wordt. Zijn werk uitvoeren als postbezorger is nu een stuk lastiger. De tassen die hij moet dragen voelen snel belastend aan.

Verlegen
In het gesprek merk ik dat hij in elkaar gebogen op de stoel zit. Hij durft me niet echt aan te kijken. Wanneer hij dat wel doet is het kort en schichtig. Zijn stem is zacht en vriendelijk. Hij heeft een probleem maar vindt het vertellen lastig. Het is vrij duidelijk dat hij een zachte en verlegen man is.

Behandeling
Tijdens de behandelingen werken we aan zijn beweeggedrag. Hij kan op een gegeven moment gestrekt lopen. Hij geeft aan dat dit wel gek voelt, maar dat het lukt. Daarnaast hebben we het looppatroon met de verschillende postzakken bekeken. Het bukken en tillen is verbeterd en hij ontdekt hoe hij minder repeterende bewegingen achter elkaar kan doen. Dit ging goed!

Geen resultaat
Na enkele behandelingen was er wel lichte verbetering, maar eigenlijk te weinig naar mijn verwachting. Hij kon wel goed laten zien hoe hij de dagelijkse handelingen op een minder belastende manier kon uitvoeren en dan toch deze stagnatie. Wat doe je dan als oefentherapeut?

Wonderlijk

Ik ga dan op zoek naar de verschillen tussen de echte situatie en die in mijn praktijkruimte. Aangezien zijn fiets buiten stond en hij veel buiten loopt zijn we samen naar buiten gegaan.
Toen gebeurde er iets wonderlijks… iets wat ik wel gezien had, maar niet bewust opgeslagen.

De echte situatie
In de loop van die enkele behandelingen kon meneer bij mij rechtop bewegen. Zijn stem was meer zeer geworden en zijn uitstraling meer open. Op het moment dat we samen naar buiten stapten schoot hij onbewust weer in zijn oude houding. Hier attendeerde ik hem op en hij probeerde het te veranderen. Dit lukte alleen niet.
Het gezonde bewegingspatroon aanhouden, wat zo goed ging in de praktijkruimte, was ineens een uitdaging toen we daadwerkelijk buiten waren. Natuurlijk! Hij was verlegen! Weer werd het me duidelijk waarom ik zo vaak dingen écht doe en dus vaak mee ga naar buiten, op de fiets, in de auto of sportschool en niet alsof we daar zijn. De omgeving en context waarin je bezig bent bepaald enorm hoe je beweegt

En dan nu?
Buiten gaf hij aan het lastig te vinden en het ook niet goed te voelen wat hij fysiek deed. Na dit buiten geprobeerd te hebben te veranderen, heb ik hem mee terug naar binnen genomen om dit te bespreken. Hij erkende dat hij inderdaad te verlegen was om dit buiten te doen. Met zijn goedkeuring hebben we besloten om te kijken hoe we dit probleem konden aanpakken. Hij wilde toch wel graag van zijn klachten af!

Plan
We zijn begonnen met het zoeken naar, voor hem, veilige situaties. In die situaties moest hij bewust worden van zijn houding en het gemak dat hij daarbij voelt. Deze situaties zijn we steeds ‘onveiliger’ gaan maken. Allereerst door het toevoegen van zijn collega’s wanneer hij de post ophaalde, later ook het aanpassen van zijn houdingtijdens het eten in een restaurant. En…als laatste kwam dan het lopen op straat. Eerst wanneer er geen mensen waren, in de rustige straten en uiteindelijk kon hij door de drukke winkelstraat redelijk rechtop lopen.

Het aantal geschatte behandelingen is door dit proces ruim overschreden, maar het doel is grotendeels behaald. Zijn hoofdpijn is weg en de schouder- en nekklachten aanzienlijk verminderd. De grootste bijkomstigheid is eigenlijk dat hij in het openbaar nu meer durft en zelfs pasgeleden uit is gegaan naar een concert waar hij al tijden naartoe wilde. Dit had hij anders niet gedurfd! Zo gaaf om te horen.

Mooi
Ik vind het fantastisch om te zien en te ontdekken wat een houding kan doen voor je klachten. Maar nog mooier is dus ook het samen zo’n puzzel op te lossen waardoor de klachten kunnen komen. Voornamelijk fysiek-, maar soms is dit ook mentaal-gerelateerd. Tof om te zien dat je gemoedstoestand invloed heeft op je houding, maar dus ook andersom. Doordat deze man steeds meer rechtop gaat lopen en werken, durft hij steeds meer dingen te ondernemen en staat hij met wat meer zekerheid in het leven.

Wat een mooi vak heb ik toch!

Ben jij de volgende waarmee ik een mooi proces in mag gaan, bel me dan…

Hoe loop je wanneer je verlegen bent? En kun je dat met oefentherapie veranderen? Wanneer iemand treurig is zie je dat aan zijn of haar houding. Is iemand blij? Dan zie je dat ook. Diegene loopt rechtop en met een open blik. Hoe gaat dat wanneer je verlegen bent?

6 tips om niet krom te worden

3 min leestijd: 6 tips om een bochel (kyfose) te voorkomen. Wat kunnen de gevolgen zijn wanneer je niet op let en hoe is dit op een gemakkelijke manier te voorkomen? –>

Herken je de bochel bij jezelf? En wil je er wat aan doen? Hieronder volgen een paar tips waardoor je de kans al vele malen kleiner maakt dat je gebogen door het leven gaat.

De bochel
In de blog van vorige week had ik het al over ‘de bochel’. Dat is een verdikking van de spieren in de bovenrug/ nek of een stand waarin de nekwervels worden gehouden. Als paramedicus beschrijf je het als een versterkte of hyperkyfose. De wervelkolom heeft van nature een S-vorm. Dat betekent dat er een lumbale lordose is, een thoracale kyfose en een cervicale lordose.
Ik leg het nog even voor je uit: In de lage rug staan de wervels iets holler, de middelste wervels iets boller en de nekwervels weer wat holler (zie afbeelding). Deze S-vorm is noodzakelijk. Het zorgt voor de nodige flexibilieit en stabiliteit van de wervelkolom.


Houding
De lichaamshouding en het bewegingspatroon zijn van grote invloed op de vorming van een versterkte kyfose. Wat je gedurende dag doet, lokt je lichaamshouding uit. Stel je voor dat je de hele dag aan het strijken bent of achter een computer zit, dan is de kans groot dat je inzakt vanuit de bovenrug. Hierdoor wordt je hoofd verder naar voren gedragen, wat enorm zwaar is voor je nek. Verander je omgeving dan ook zo, dat jij goed kan bewegen.

Geloof je dat niet? Probeer dan het volgende
Neem een gewicht in je handen (dit kan ook een pan met aardappelen zijn of twee pakken melk). Houdt het gewicht nu bij je kin, hierdoor zijn je armen gebogen terwijl je het draagt. Dit zou je in principe een tijd moeten kunnen volhouden.
Strek nu eens je armen? Voel je hoeveel zwaarder het wordt voor de schouder- en rugspieren die dus jouw armen moeten dragen? Dit houd je minder gemakkelijk vol, want het kost veel meer kracht. Je kunt je voorstellen wanneer je dit dag in dag uit doet, je schouderspieren zeer getraind raken.
Van getrainde spieren weten we dat ze dik worden. Denk maar aan ‘de spierballen’ van je arm. Houd je je hoofd dus verder naar voren, dan is je nek enorm hard aan het werk. Daar moeten die nekspieren wel overwerkt, dik en stijf van worden!

Gevolgen
De gevolgen voor je wervelkolom in deze stand kunnen zeer uitlopend zijn. Zo kun je onder andere last hebben van:
– de zichtbare bochel
– beperkte mobiliteit van de nek, rug en hoofd
– nekpijn
– hoofdpijn
– trekkend gevoel bij de ogen of voorhoofd
– eerder kans op duizeligheid
 

6 Tips om de kyfose te verminderen of te voorkomen

1. Rekken en strekken.
Rek jezelf uit! Geregeld even in de tegengestelde richting bewegen haalt die constante spanning van je spieren waardoor je mobiliteit behouden blijft. Doe bijvoorbeeld je handen achter je rug en druk je borstkast sterk naar voren toe en hou dit even vast. Herhaal dit dan 5 keer en draai dan nog even met je schouders naar achteren toe.

2. Wissel je houdingen af.
Probeer niet langer dan 20 tot 30 minuten in één houding te blijven. Wissel het zoveel mogelijk af! Zit je veel? Lees dan >> deze blog  <<  voor tips.

3. Zorg dat je voldoende slaapt.
wanneer je weinig slaapt is de neiging om te gaan ‘hangen;’ heel groot, waardoor de rug juist stijf wordt. Zorg dat je genoeg slaapt (voor een volwassene ongeveer 8 uur per nacht), zodat er genoeg energie is om je rechtop te houden.

Heb je slaapproblemen? Ook daarvoor kan je terecht bij de De Beweegtherapeut. De Beweegtherapeut is namelijk ook slaapoefentherapeut >> zie link <<

4. Verander je (werk-)omgeving.
Zorg dat je omgeving zo optimaal mogelijk is. Stel je stoel goed in, zet je strijkplank op de juiste hoogte. Kijk eens om je heen en wordt creatief in het veranderen van je omgeving naar jouw hand. De spullen zijn niet de baas over jou. Jij bent de baas over de spullen!

5. Blijf bewegen!
Zorg voor genoeg beweging gedurende dag. Wanneer je spierkracht op pijl is kun je de strekking in de wervelkolom beter volhouden.

6. Strek op tijdens het bewegen.
Probeer zo vaak mogelijk op de juiste manier op te strekken tijdens het bewegen. Dit kan tijdens het staan, lopen, strijken, bukken, tillen, computerwerk, koken of basketballen zijn. Begin vanuit je borstkast, maar zorg dat de rug niet hol wordt. Vraag jij je af of je het juist doet? Stuur dan even een berichtje via >> dit << formulier en we maken een afspraak zodat we er samen naar kunnen kijken.


Laat je me weten of de tips voor jou helpen?
Doe dat op 06-24703041 of mail  debeweegtherapeut@gmail.com

Ik wil niet krom zijn!

Je kent ze wel, de mensen met zo’n ‘bochel’, zo’n kromme rug waarbij de nek verdikt is. Is daar nog iets aan te doen? En als je ouder bent? Lees het in deze blog.

Leestijd 3 minuten

Ik wil niet krom zijn

‘Ik wil niet krom zijn’ zei de 75-jarige vrouw voor me. ‘Als ik al die oude vrouwen zo zie, dan lopen ze zo gebogen. Naast dat ik het heel lelijk vind, kan dat toch niet goed zijn?’ Ik vertel haar dat de mobiliteit afneemt van de cervicale en thoracale wervelkolom wanneer de rug zo ver gebogen is. ‘Ja dat merk ik’, geeft ze toe, ‘ik kan tijdens het autorijden eigenlijk al niet echt goed meer naar achteren kijken!’

Bochel
Waarschijnlijk heb je dit wel eens gezien bij mensen; de in de volksmond genoemde ‘bochel’. Als paramedicus beschrijf je het als een (versterkte) kyfose. De wervelkolom heeft van nature een s-vorm. Dat betekent dat er een lumbale lordose is, een thoracale kyfose en een cervicale lordose. HUH? Ik leg het voor je uit: je lage ruggenwervels staan iets holler, de middelste wervels iets boller en de nekwervels weer wat holler (zie afbeelding). Deze S-vorm is superhandig! Wanneer we bewegen kunnen hierdoor de ‘klappen’ op de wervelkom beter verdeeld en opgevangen worden. De vorm zorgt ook voor een bepaalde mobiliteit van de romp. De tussenwervelschijven, zachte kussentjes van kraakbeen, absorberen ook de impact van het bewegen op de wervelkolom en houden de wervels van elkaar gescheiden. Zo worden de wervels en de zenuwen, die door de wervels lopen, beschermd.

Kyfose
Bij mijn cliënten in de praktijk zie ik geregeld die bolle bovenrug. Wij noemen dat een versterkte kyfose of een kyfotische houding. Vaak begint dit met een verdikking van de spieren bij de meest uitstekende nekwervel (wervel C7). De verdikking wordt meestal veroorzaakt door de stand van de wervelkolom waar uit volgt dat de schouders naar voren of omhoog staan en het hoofd meer naar voren wordt gedragen. De spieren rondom de nek en in de bovenrug moeten zo hard werken om je hoofd te tillen, dat ze daar dik en stijf van worden. Zo ontstaat er een vastere verdikking in de nek. Vroeger noemde men dit ‘de secretaresse-knobbel’. Tegenwoordig is het “de gameboyrug” of “de tabletnek”, maar het principe blijft hetzelfde. Door een stand van de wervels wordt het hoofd verder van de romp gedragen, in plaats van dat het rustig balanceert op de atlas (de bovenste nekwervel).

Oorzaak
De oorzaak van deze lichaamstand is belangrijk voor het kunnen strekken van de wervelkolom in de opwaartse richting. Wanneer er daadwerkelijk een vergroeiing is van de wervels (zoals bijvoorbeeld bij Bechterew), dan is de strekking moeilijker te maken. We kunnen wel de spieren en banden trainen, maar aan de structuur van het bot kan je als oefentherapeut niks doen. Wanneer de houding door spierkracht wordt bepaald kan “de bochel” aanzienlijk verminderen of verdwijnen. Let wel op: hoe langer het in de gebogen stand gehouden is, hoe langer het herstel duurt. Hoe jonger je bent, hoe makkelijker het meestal is om je spieren te trainen en de souplesse en kracht weer terug te krijgen is op de juiste plaatsen

Ik voel me open!
“Maar daar is toch zeker niks meer aan toe doen?” De cliënt voor me kijkt me hoopvol aan. ‘Laten we dat eens onderzoeken!’ Na het onderzoek blijkt de mobiliteit van de wervelkolom nog aardig goed. Er is voornamelijk een behoorlijke verstijving te vinden in bovenrug, waardoor ze moeite heeft met opstrekken. Ze weet ook niet precies hoe dit te doen. Direct geef ik haar de eerste punten mee waar ze op moet letten en hoe ze op kan strekken zonder andere delen van het lijf te overbelasten. Ze kijkt me blij aan. “Dit voelt al zo anders! Ik voel me open, ik kan weer ademen! Maar makkelijk is het niet zeg!”  
En dat klopt. Komende tijd is het voor mevrouw trainen, trainen en nog eens trainen. Wat dat in houdt? Steeds op de juiste manier opstrekken tijdens het zitten en staan. Zo simpel én moeilijk kan het tegelijkertijd zijn.

Wil jij advies hoe we jouw houding kunnen verbeteren? Bel me dan!

Je kent ze wel, de mensen met zo’n ‘bochel’, zo’n kromme rug waarbij de nek verdikt is. Is daar nog iets aan te doen? En als je ouder bent? Lees het in deze blog.

Het onderbuikgevoel

2 min leestijd: Er klopt iets niet. De klachten worden erger, maar dit is totaal niet volgens de verwachting. Het onderbuikgevoel als therapeut geeft signalen af. Wat doe je dan?

2 minuten leestijd

Mijn onderbuikgevoel begint te werken. Dit is raar denk ik. In de afgelopen jaren heb ik al veel versies gezien van rugklachten (met en zonder hernia’s, osteoporose etc.), maar dat de klachten op deze wijze terug komen is niet volgens een patroon dat ik ken.

Voor mij zit een cliënt die ik al een tijdje niet had gezien omdat het steeds beter ging. Tot vorige week. Sterke pijn in de rug met uitstraling in de benen, maar ook op het heupgewricht zijn er klachten. Dit kan voorkomen, maar nu gaf mijn gevoel aan dat het niet klopte.

Tijdens de 4-jarige hbo-studie tot oefentherapeut Cesar/ oefentherapeut Mensendieck komen veel klachtenbeelden voorbij. Daarnaast trainen we om door middel van een aanpassing in het houding- en beweeggedrag van de cliënt, de klachten te verminderen of te laten verdwijnen zodat ze weer volop kunnen meedoen in de maatschappij.
Dat is nogal breed, want voor iemand die zijn kantoorwerk niet kan uitvoeren door een hernia moeten we als therapeut andere dingen doen dan bij iemand met lage rugklachten wanneer hij naar zijn werk fietst. Laat staan wanneer de cliënten een heel ander klachtenbeeld laten zien zoals: MS, hoofdpijn, hyperventilatie, burn-out, nekklachten, evenwichtsproblematiek etc. Totaal verschillende klachten van allemaal verschillende mensen met allemaal verschillende hulpvragen.
Dat is precies wat ik zo leuk vind aan mijn beroep als algemeen oefentherapeut.  Het laat je breed kijken en je moet breed kunnen analyseren.
Het onderbuikgevoel kan helaas niet worden aangeleerd, al hebben mijn stageplekken hier vroeger wel een goede bijdrage aan geleverd. Door klinisch te kunnen beredeneren wat er gebeurt, kan je ontdekken waar de problemen liggen van de cliënt.

Nu zit er een gedreven cliënt voor me. Iemand die met veel aandacht en toewijding begonnen is aan het herstelproces. Het herstel ging super en ineens is dat over. De cliënt en ik gaan op onderzoek uit en ik luister nauwkeurig naar het verhaal wat er me wordt verteld. De pijn neemt toe de mobiliteit licht af. Naast bepaalde uitstraling is er nu ook op verschillende plaatsen drukpijn en toenemende extreme vermoeidheid.

Daar zijn daar de alarmbellen, het onderbuikgevoel of hoe je het ook wilt noemen. Dit herstel past niet in het verwachte patroon bij deze cliënt met alles wat die persoon doet.
Ga terug naar de huisarts is mijn advies. Jij weet het meest over je eigen lichaam en hoe dit voelt en zou moeten voelen. Ik ben opgeleid tot oefentherapeut en weet vanuit dit vak veel, maar dit kunnen we nu niet samen oplossen. Het is tijd om te kijken of ander onderzoek meer oplevert. 

Ik ben minstens net zo benieuwd als de cliënt of daar iets uit komt. We wachten de uitslagen (on-) geduldig af.

Ken jij dat onderbuikgevoel van jezelf? Wat doe jij ermee?

Er klopt iets niet. De klachten worden erger, maar dit is totaal niet volgens de verwachting. Het onderbuikgevoel als therapeut geeft signalen af. Wat doe je dan

Hangen is overbelasten

2,5 min. leestijd -Hangen in je gewrichten en banden; iedereen doet het ongemerkt zo regelmatig. Je doet er niks voor, maar je lijf is eigenlijk heel hard aan het werk! Hier kan je behoorlijk door overbelasten.

2,5 min. leestijd

Lekker hangen
Terwijl ik wat klets met collega’s in onze keuken voel ik dat ik op één been sta. Ik hang lekker in mijn heupgewricht. Hup, weer even recht op staan! Het is aan het einde van een intensieve dag en ik merk dat mijn hoofd en lijf moe zijn. Het is dan lekker makkelijk om te gaan hangen in je lijf. Doe jij dat ook?

Hoofd, schouders, kniëen …. au
Je kunt op allerlei plekken hangen. Dan bedoel ik niet in het park, maar in allerlei plekken van je lijf. In je enkels, je knieën, je heupen, je onderrug, je bovenrug, je nek en met je hoofd. Het kan ook nog allemaal tegelijkertijd ook! Kun je je er iets bij voorstellen?

Wanneer je dit doet, rek je je gewrichtsbanden op en zet je een constante spanning op die banden (en spieren), die daar helemaal niet hoort. En, nog belangrijker, de spanning die er wél hoort , die vraag je dan weer niet van je spieren. Spieren worden niet ingezet waarvoor ze bedoeld zijn: Kracht leveren. Door deze passiviteit kunnen veel klachten ontstaan óf juist niet overgaan.

Extra hard werken
Je spier die een bepaalde tijd ondervraagt is (dus te weinig is geprikkeld), moet daarna ineens gaan bewegen. Dit is zo’n groot verschil, dat je nu door ‘het gewone’ bewegen klachten kan krijgen. Het lijkt dan alsof het aan de activiteit ligt, terwijl het dus goed aan de passiviteit kan liggen. Ik zal een voorbeeld geven;

De overstrekte knie
Wanneer je met je knieën doorgestrekt staat, ik noem dit ‘op slot staan’, dan hang je in je kniegewricht. Je drukt daarbij extra op je meniscus (de kussentjes in je knieën). Je bovenbeenspier geeft niet veel kracht om zo te staan. Je botten hangen op elkaar, lekker lui hangen. Voor veel mensen voelt dit heerlijk en normaal. Op het moment dat je dan wilt gaan lopen, rennen of springen, moeten die bovenbeenspieren (en kuitspieren, gewrichtsbanden etc.) ineens extra veel kracht genereren. Ze moeten eerst ‘uit het slot’ en dan ook nog eens buigen en strekken om de beweging te kunnen maken. Deze overgang is dan zo groot, daarom kunnen je spieren wel eens gaan protesteren. Daarom is het handig om de spieren die taak te geven die ze moeten uitvoeren: kracht geven. Het liefst heerlijk gedoseerd, dus knieën altijd uit het slot tijdens het staan (voor de skiërs onder ons, net als in je skischoenen). Wanneer je dus van een lichaamsdeel iets vraagt om het te doen, waarvoor het eigenlijk niet gemaakt is, is het dus sneller overbelast.

Doe jij dit ook?

In welk gewricht hang jij meestal? Hangt jouw hoofd wellicht ver naar voren, of is je rug snel krom? Ik ben benieuwd! Heb jij door dat je hangt? Laat het me weten!

Hangen in je gewrichten en banden; iedereen doet het ongemerkt zo regelmatig. Je doet er eigenlijk niks voor, maar je lijf is eigenlijk heel hard aan het werk! Hier kan je behoorlijk door overbelasten.

Van gewoonte naar ‘automatisme’

Een gewoonteverandering gaat niet zomaar. Hoe heb jij je goede gewoontes van nu destijds aangepakt? Kan je dat gebruiken voor een nieuwe gewoonte?

2 min leestijd

Ongemerkt

Terwijl ik aan het typen ben merk ik op dat ik mijn benen over elkaar sla. Ik zet mijn voeten rustig naast elkaar en typ verder. De zinnen vliegen het papier op en ineens merk ik weer dat ik mijn benen over elkaar geslagen heb. Aaaargh! Ik wil ze naast elkaar hebben!

Automatisme
Gewoontes zijn lastig te veranderen. Voordat je het in de gaten hebt, ben je het al aan het doen. Het is een automatisme. In de praktijk krijg ik dan ook vaak de vraag of het aangepaste bewegingspatroon ook een automatisme wordt, wanneer we samen aan het sleutelen zijn aan hoe iemand staat, loopt, fietst of bijvoorbeeld de stofzuigert hanteert.

Helaas… Het zal nooit zo gemakkelijk zijn als je voorkeurshandeling of houding, maar ik heb ook goed nieuws. Het kan er wel dicht in de buurt komen. Neem als voorbeeld het flossen van je tanden. Dit is iets wat je zou moeten doen. Misschien denk je nu: dat doe ik allang, maar misschien hoor je ook nog bij de ‘niet-flossers-bende’ zoals ik enkele jaren geleden. Ik kan het me nu niet meer voorstellen dat ik het nu niet meer zou doen, het voelt prettig en gezond, maar een automatisme? Nee, dat is het niet.

Plan van aanpak
Hoe krijg je dan een nieuwe gewoonte voor elkaar? Je omgeving kan helpen om je eraan te herinneren (vrienden, partners, broertjes, zusjes). Het flosdraad zette ik voor mijn tandenborstel neer zodat ik er letterlijk mee in aanraking kwam en als ik het dan toch in mijn handen had…..  
Om je houding te verbeteren kan het helpen om ‘reminders’ op te hangen op de plekken daar waar nodig. Denk aan een briefje, stickers of zelfs een foto van je eigen houding op een spiegel of deur geplakt.  Daarnaast is het elke keer weer opnieuw beginnen, Elke keer dat je je verbetert is weer een moment gewonnen en dat leer je je hersenen aan.
Eerst lukt het om 1 keer in de week te flossen en dan na een jaar sta je redelijk gedachteloos zo’n 3 tot 4 x een draadje tussen je tanden te sturen. Nu is het wel zo dat als het niet bij mijn tandenborstel in het zicht staat, maar in de kast achter het deurtje, ik het toch een tijdje vergeten totdat ik een onaangenaam mondgevoel krijg.

Precies dat gedachteloos een handeling uitvoeren komt redelijk dicht bij een automatisme en dat is wat we samen kunnen bereiken met oefentherapie Cesar / Mensendieck. Je moet even kort opmerken dat je een verandering nodig hebt zodat ‘het’ beter gaat voelen. Het kan dan van alles zijn: Van schoongefloste tanden tot een verbeterde houding. Omdat je de handeling na een oefenperiode al gemakkelijk kan toepassen, kan je het relatief gedachteloos uitvoeren op een juiste manier.

Tadaaa! Een nieuwe houding wordt zo langzaam een feit.

Ongemerkt wordt opgemerkt
Voor mijn benen die alweer over elkaar geslagen zijn tijdens het typen van deze tekst?? Ik leg nu iets (bv. Handdoek) op mijn schoot zodat ik het voel dat ik mijn benen over elkaar wil slaan. Ik kan dan op tijd stoppen en mijn been terugzetten. Zodat dat dat laatste stukje meer gewoon gaat voelen.

Een goed beweegpatroon kan net zo makkelijk worden als flossen - de beweegtherapeut

Je bent pessimistisch!

3 min leestijd: Je bent pessimistisch!
‘Zo, dit is de één na laatste keer, daarna moet ik klachtenvrij zijn toch?’ Ik krijg het warm en zij… wat doet mijn cliënt?

3 min leestijd.

Doelen stellen
Een doel voor ogen hebben is lekker en praktisch. Je weet waar je naar toe werkt en je weet ook wanneer je dit wilt bereiken. Het voordeel van een doel is dat je het kan evalueren en bijstellen… Alleen vergeten we vaak dat stukje omdat we een doel zo definitief maken en we zo graag willen.

7 behandelingen en klaar
Een jonge vrouw met rugklachten komt mijn behandelkamer binnen. Ik zie haar voor de 6e keer. Ze gaat vooruit. Ze kan nu weer kleine huishoudelijke taken op zich nemen, en weer halve dagen werken. Echter zijn er nog steeds de hele dag door zeurende lage rugklachten. De uitstraling is minder intens en minder vaak aanwezig in de benen dan voorheen. De mobiliteit van de onderrug is toegenomen en de stabiliteit van de gehele romp ook. Terwijl ze gaat zitten zegt ze: ‘zo, dit is de één na laatste keer, daarna moet ik klachtenvrij zijn toch?’

Slik
Ik krijg het even warm en ga snel in mijn hoofd de communicatie wat behandelingen af. Tijdens de intake doe ik een schatting van het aantal behandeling die nodig zijn om een bepaald doel te halen. In haar geval het weer volledig kunnen werken. Toen heb ik geschat op 7 behandelingen. Dit zou dan verdeeld zijn over een periode van 3 maanden. We zijn nu net twee maanden verder.  Waar gaat het hier fout? Gaat het fout?

Wat er allemaal gebeurt is van invloed
Tijdens de twee maanden heeft de vrouw afscheid moeten nemen van familielid. Hierdoor kreeg ze hoofdpijn en spanningsklachten erbij. Toen deze klachten naar boven kwamen heb ik besproken om hier kort de focus op te leggen en haar de ruimte voor te geven. Ze wilde graag ook wat oefeningen om de spanning in de nek en schoudergordel te verminderen. Deze oefeningen gaven haar de rust en de ruimte om tijd voor zichzelf te blijven nemen. Na een korte intermezzo van twee behandelingen kon ze hier verder zelfstandig mee aan de slag en heeft ze een masseur opgezocht.

Ik vind je pessimistisch
‘Zo, dit is de één na laatste keer, daarna moet ik klachtenvrij zijn toch?’ Even is het stil en dan begint ze te lachen. ‘Weet je, ik vond 3 maanden eerst wat pessimistisch toen je dat zei, maar langzamerhand begin ik het te begrijpen. Eerst baalde ik dat ik er nog lang niet ben, maar het herstel gaat langzamer dan gewenst omdat het gewone leven ook doorgaat. Het lijkt er naast te staan, terwijl jezelf ‘beschadigen of overbelasten’ zo gemakkelijk gaat, alsof dat wél in de taken zelf verweven zit. De rem die ik elke keer op mezelf moet zetten om te zorgen dat ik van mijn rugklachten af kom is niet gemakkelijk. Dat had je best goed ingeschat.‘

Doel
Ik laat haar zien dat ze ondanks het verlies een groot verschil in haar bewegingspatroon heeft gemaakt. We kijken samen naar haar coping stijl en zien dat dit aan het veranderen is en dat dit van grote invloed is. Daarnaast laat ik haar zien dat ze al een stuk meer fysiek kan, met minder pijn en dat ze aan het einde van de dag meer energie heeft dan voorheen. Dit allemaal tijdens het verwerken van haar verlies.

PSK – meten is weten –
Op 15 juli 2019 wil mevrouw weer 5 volledige dagen in de week kunnen werken met een score op de PSK van 89 millimeter naar maximaal 23 millimeter op de PSK (meetinstrument). Hierbij is hoe hoger de score hoe slechter. Ga je meer naar de 00mm is het goed. Dit bovenstaande doel was het doel dat we halverwege april hadden gemaakt. Vandaag (17 juni) scoort ze 64mm. Het doel nog lang niet behaald en waarschijnlijk niet haalbaar binnen 4 weken. Maar ze is wel tevreden.

Samen om de tafel
We bespreken wat er nodig is om haar doelen te behalen, hoeveel tijd ze zelf verwacht nodig te hebben, welke omgevingsfactoren we in de gaten moeten houden en welke interne factoren van invloed zijn. Denk hierbij aan een vakantieperiode, aan een baas die wat druk zet, aan het plichtsgevoel wat mevrouw ervaart, aan het oudste kind die naar school gaat wat ze heel spannend vindt, aan haar man die wil sporten waardoor zij wat extra taken krijgt op 2 avonden, de tijd die ze kan nemen voor zichzelf en voor haar oefeningen en de afhandelingen van het verlies.
Daarnaast bespreken we ook welke financiële middelen ze heeft om de therapie voor te zetten. Samen stellen we het doel bij.

Zelf stelde ze het volgende voor en ik denk dat dit haalbaar is:  Op 15 september 2019 wil mevrouw weer 5 volledige dagen in de week kunnen werken met een score op de PSK van 89 millimeter naar maximaal 23 millimeter op de PSK .

meten is weten de weg naar succes