Til jij de hele dag je arm omhoog?

klachten kan je krijgen door je houding en bewegingspatroon. maar zijn we zelf kritisch genoeg om dit te analyseren? Laat een oefentherapeut cesar/ mensendieck, specialist op dit gebied, hier naar kijken.

Als ik aan jou vraag om de hele dag je arm recht omhoog te houden, dan verklaar je me voor gek. Terecht. Hetzelfde als ik je vraag of je de hele dag je schouders wilt optrekken tot aan je oren. Waarschijnlijk komen er dan (goede) argumenten dat je daar pijn van krijgt en dat het veel energie kost om dat vol te houden.

Maar wat nou als je niet weet dat je dat doet?

Dat je het niet in de gaten heb dat je op een bepaalde manier je wervelkolom gebruikt, of je schouders. Het klinkt misschien alsof jou dat niet zal gebeuren, maar het gebeurt sneller dan dat je denkt. Omdat iedereen het zo doet, of lijkt te doen, of omdat je op dezelfde wijze doet als de rest van je familie, daardoor valt het niet op.
Iedereen doet dingen op een manier die extra energie kosten voor je lijf, Ook jij! Wanneer je dit vaak doet kan dit klachten opleveren.

Mijn werk als oefentherapeut Cesar/Mensendieck heeft me laten inzien dat wij niet zo kritisch kunnen kijken naar ons eigen bewegingspatroon. Wanneer ik samen met de cliënt voor de spiegel ga staan om technisch naar het lijf te kijken hoor ik geregeld een hele scherpe analyse op het uiterlijk (negeer dat vetrolletje of litteken maar… etc.). Wanneer ik ze laat zien dat er hoogteverschillen in botpunten zitten, of wanneer ze ‘rechtop’ staan ze eigenlijk sterk in de onderrug hangen of de schouderbladen voorbij de billen naar achteren hangen gaat er een wereld voor hen open. Ze snappen wat ik zie, wat de gevolgen van die houding zijn leg ik ze uit. Daarna bekijken we samen wat we er aan kunnen doen om via de houding en het bewegingspatroon de klachten te verminderen en te zorgen dat je met meer plezier kunt bewegen.

Toen ik zelf een periode thuis zat in de ziektewet en met pijn rondliep, betrapte een vriendin en collega oefentherapeut mij op mijn houding. ‘Saskia, als je nu niet rechtop gaat lopen, maak je je klachten alleen maar erger. Merk je dat je gebogen rondloopt?’. Ik had het tot toen niet in de gaten. Ik was te veel met de pijn en de pijnverwerking bezig. Ik was bezig een goede balans te vinden tussen actief en passief zijn op een dag, maar mijn houding was zelfs ik even vergeten!  Terwijl ik destijds toch echt al een jaar als oefentherapeut werkte.

Je eigen houdings- en bewegingspatroon beoordelen is heel lastig. Je bent gewend om activiteiten op bepaalde manier te doen. Omdat ze goed bij je passen… wacht…
Omdat ze goed bij je passen?
Of passen ze bij de klachten die je hebt?
Die je er misschien zelfs wel mee creëert?

Laat eens een oefentherapeut Cesar / Mensendieck naar je houdings-  en bewegingspatroon kijken (specialist op dit gebied). Wie weet komen jullie er samen achter dat je ook de hele dag met je arm omhoog loopt 😉.

De beweegtherapeut heeft maandelijks een gratis gezondheidscheck waarbij er naar de houding- en het bewegingspatroon wordt gekeken. De beweegtherapeut doet dit in samenwerking met Mooi in Evenwicht (gewichtsconsulent). Zij kijkt naar het vetpercentage, spiermassa en BMI.  Samen streven we naar gezonde en sterke lichamen.

Je staat krom!

Scoliose zelf testen en wat is het? Lees hier in het kort wat een verkromming in de rug is en hoe je het zelf kan zien.

Sommige mensen kunnen er niks aan doen en anderen veroorzaken zelf de kromming in de rug.
Wanneer je achterop de rug kijkt en je ziet een zijwaartse kromming dan noemen we dit een scoliose. Je hebt hier 2 vormen van: Een S- scoliose en een C-scoliose. Waarbij de S-scoliose dus 2 bochten geeft en de c-scoliose 1 bocht.

Een scoliose kan aangeboren zijn (congenitale scoliose) of ontstaan verder op in je leven (idiopathische scoliose). Dit kan zowel in de kinderleeftijd zijn van 3 tot 10 jaar (Juveniele Idopatische Scoliose= JIS) als in de adolescente leeftijd vanaf 10 jaar (adolescente Idiopatische scoliose = AIS). Bij een congenitale scoliose worden er vanaf de geboorte al een of meerdere afwijkingen gevonden aan de wervels in de wervelkolom. Bij JIS is het niet bekend waarom de bochten in de wervelkolom ontstaan. Er zijn aanwijzingen dat de erfelijkheid een rol speelt.

Voor de scoliose is ook nog een andere indeling: een structurele of niet structurele scoliose. Een structurele scoliose zit ten alle tijden in de rug. Een niet-structurele scoliose, ook wel eens een functionele scoliose genoemd, kan worden opgeheven. Een niet structurele scoliose wordt gemaakt door bijvoorbeeld een beenlengte verschil of door bepaalde voorkeurshoudingen. Wanneer de houding veranderd wordt of het beenlengte verschil wordt opgeheven verdwijnt de scoliose. Een structurele scoliose is een intensievere vorm dan de niet structurele.

De scoliose kan ook nog soepel op stuf zijn. Wanneer bij het bewegen de scoliose verdwijnt is deze soepel. Dat betekent dat de rug ook nog soepeler is wat zo zijn voordelen heeft voor het verminderen van de scoliose.
Een scoliose kan ook nog 3D zijn. Dit betekent dat de wervels meedraaien en hierdoor er een torsie (verdraaiing) ontstaat.
Bij ernstige scoliose kunnen er veel klachten ontstaan tot ademhalingsklachten en moeite van functioneren van bepaalde organen aan toe. Je hoeft geen klachten te ervaren bij een scoliose. Zeker op de kinderleeftijd worden er meestal geen klachten ervaren, maar je moet wel goed met je rug leren omgaan om klachten op latere leeftijd te voorkomen.

De oefentherapeut Cesar / Mensendieck is de bewegingsspecialist om te leren hoe je op de juiste manier beweegt en je oefeningen aan te leren om eventuele klachten te verminderen en de bewegelijkheid van de rug op de juiste manier te bevorderen. Het niet ‘hangen in je bocht’ is zeer belangrijk!

Vraag je je af of je zelf of je kind/partner een scoliose heeft? Je kan altijd in de praktijk van De Beweegtherapeut een check laten doen.
Thuis kan je de volgende check zelf doen:
Ga in ondergoed voor de spiegel staan en zet de voeten bij elkaar. Kijk naar de volgende punten.
– Staan je enkels hetzelfde?
– Staan je knieën op dezelfde hoogte?
– Staat de bovenranden van je beken gelijk?
– Zijn de taillehoeken gelijk?
– Zijn de schouders gelijk?
– Lopen de sleutelbeenderen op dezelfde manier?
– Staat je hoofd recht op de romp?

Kijk je bij iemand anders of maak je een filmpje van je rug? Dan kan je ook nog naar de volgende punten op de rug kijken
– Staan de schouderbladen hetzelfde?
– Is de rug rechts en links even hoog wanneer je bukt?
– Is de rug recht zowel laag als hoog in de rug? (zie afbeelding recht onder)

Kan je op één of meerdere vragen met ‘Nee’ beantwoorden laat het dan checken door een Oefentherapeut Cesar / Mensendieck. Je hebt hier geen verwijzing voor nodig en je kan je dus gemakkelijk aanmelden. Bij mij via het volgende formulier. Vul het in en ik bel je terug voor een afspraak:https://debeweegtherapeut.nl/aanmelding/


Voor het schrijven van deze blog werd gebruikt gemaakt van de volgende bronnen:
https://orthopedie.mumc.nl/heb-ik-scoliose
https://www.maartenskliniek.nl/kinderzorg/kinderorthopedie/
– Sesamatlas

scolisoe oefentherapie cesar mensendieck zelftest thuistest

De hele dag door dezelfde rugklachten

‘Copy- paste’ voor het behandelplan rugklachten zou je kunnen denken, maar niets is minder waar!
Er zijn 3 basisdingen waar je naar kijkt bij een cliënt die je begeleidt; Taak, individu en omgeving (Model van Newell, 1986). Wat is de taak die iemand moet uitvoeren? Wat zijn de persoonlijke eigenschappen? En in welke omgeving verkeerd de cliënt?

In dezelfde week twee aanmeldingen met lage rugklachten. Ze voldeden beide aan onderstaand profiel:
– Man
– 45-48 jaar
– Lage rugklachten met soms lichte uitstraling in het been
– Elektromonteur (±40 hr. per week)
– Een gezin met twee kinderen met leeftijden tussen 5-9 jaar en een vrouw.
– Grootste hobby: klussen (motor vs. auto en beide in- en om het huis)
– Licht overgewicht
– Kyfolordotische houding (bolle bovenrug, holle onderrug) met een lage rompstabiliteit
– Grootste hulpvraag: Volledig kunnen werken zonder pijnklachten.

‘Copy- paste’ voor het behandelplan zou je kunnen denken, maar niets is minder waar!
Er zijn 3 basisdingen waar je naar kijkt bij een cliënt die je begeleidt; Taak, individu en omgeving (Model van Newell, 1986). Wat is de taak die iemand moet uitvoeren? Wat zijn de persoonlijke eigenschappen? En in welke omgeving verkeerd de cliënt?

Bij deze twee heren leggen we enkele facetten onder de loep:

Setting 1: Hij moet geregeld eerder naar huis om medicijnen te halen voor zijn vrouw. Zij is ziek en zal niet beter worden. Hij rijdt door de spits naar en van zijn werk waarbij de dagelijkse file een grote irritatiebron is. Bij thuiskomt neemt hij de zorgtaak over en stuurt hij het gezin voornamelijk aan. Hij neemt grotendeels de huishoudelijke taken op zich. Af en toe komt er een familielid helpen in het huishouden. Er zijn weinig financiële middelen om schoonmaakhulp o.i.d extra in te schakelen. In het weekend wil hij graag leuke dingen doen moet zijn kinderen en goed voor zijn vrouw zorgen.

Setting 2: Hij gaat op zijn fiets naar zijn werk wat hij erg prettig vindt. Hij werkt officieel 40 uur, maar maakt er veel meer. Niet alle overuren worden eerlijk uitbetaald. De ploegen van de ploegendiensten zijn enige tijd geleden veranderd tot grote onvrede op de werkvloer. Meerdere collega’s zijn onlangs met een burn- out uitgevallen, waaronder zijn vaste maatje. Hij voelt de druk om deze gaten op te vullen. Echter heeft hij nog geen waardering gekregen voor de overuren. Dit zit hem dwars. Bij thuiskomst eet hij vaak alleen wanneer de rest van het gezin al met het avondritueel bezig is. Zijn vrouw werkt 32hr in de week, haalt de kinderen op en kookt. In het weekend moet er worden schoongemaakt en moet hij mee naar de markt voor de wekelijkse boodschappen.

Bij deze settingen analyseer je als oefentherapeut wat helpend en niet helpend gedrag is t.o.v. de (rug-) klachten. Waar kan er verbetering plaatsvinden en welk mogelijkheden heeft de cliënt? Is er ruimte op de dag om bijvoorbeeld te oefenen? Kan er vanuit de omgeving stimulans verwacht/ingezet worden of moet iemand alles uit zichzelf halen? Voel iemand zich goed in zijn vel? Wat zijn de ‘veilige oefenmomenten’?

Kan je je voorstellen dat bij beide mannen de antwoorden heel anders zijn? En dus ook het behandelplan heel anders wordt?

Al zouden we de hele dag door mensen krijgen zien met ‘dezelfde rugklachten’. ‘Copy-paste’ gaat niet en dat is juist het gave in het vak als oefentherapeut Cesar / Mensendieck. Pas wanneer het bio-psychosociale plaatje compleet is, kunnen we aan de slag!

De verschillen van cliënten met hetzelfde basisprofielen en klachten kunnen een groot verschil maken voor het behandelplan.