Je lijf kiest de weg van de minste weerstand, en je hoofd?

3 min leestijd:
fragment: ‘Maar nu voel ik juist wat!? Waarom is deze manier van tillen dan juist goed? De man voor mij kijkt me verbaasd aan.

De man die voor mij staat is groot en heeft aardig wat spiermassa. Duidelijk de bouw van iemand met een fysiek beroep. Voor zijn werk moet hij veel tillen.

3 minuten leestijd

‘Maar nu voel ik juist wat!? Waarom is deze manier van tillen dan juist goed?’ De man voor mij kijkt me verbaasd aan.  

De man die voor mij staat is groot en heeft aardig wat spiermassa. Duidelijk de bouw van iemand met een fysiek beroep. Voor zijn werk moet hij veel tillen. Er worden ook wel kranen gebruikt, maar die passen niet altijd. Zo komt het geregeld voor dat hij buizen van minimaal 25 kilo een stukje moet verplaatsen. An sich geen probleem, maar wel als je uitstralende pijn hebt in je armen door een zenuw die bekneld wordt.
Wanneer hij tilt doet hij dat met zijn schouders naar voren en heeft hij op dat moment zelf geen last. Echter wanneer hij weer tot rust komt, komen de klachten sterk opzetten. Sterke steken in de bovenarm met tintelingen naar zijn vingers toe.

Structuren in de knel
Tijdens zijn eigen manier van tillen zet hij voornamelijk de borst- en nekspieren in. Zijn rugspieren gebruikt hij natuurlijk wel, maar laat hij niet stabiliserend (genoeg) werken. Hierdoor moet de spieren rondom de schoudergordel extra veel krachten verduren. Ze zullen hierdoor extra aangesproken worden en ontwikkelen. Iedereen weet dat de spieren die meer ontwikkeld zijn, meer plek innemen dan relatief normaal ontwikkelde spieren. (Denk maar aan je spierballen die opbollen wanneer je ze aanspant). En wanneer iets meer plek inneemt, is er soms minder of te weinig plek voor andere structuren in het lijf.  Doordat er op deze manier van tillen onder andere een sterke voorkeurshouding wordt ontwikkeld met de schouders naar voren, zie je dit ook terug in het staan en zitten. Dit werkt natuurlijk ook andersom! Hoe meer hij met zijn schouders naar voren zit en staat, hoe gemakkelijker het is om voor hem te tillen op deze manier. De spieren aan de voorzijde zijn hierdoor iets verkort.
Wanneer er geen klachten zijn (of geen grote kans is dat ze er komen) zou hier geen probleem zijn. Helaas ervaart deze man wel sterke klachten en kan hij zijn werk niet goed meer uitvoeren. Doordat hij bepaalde spieren overbelast en hierdoor uiteindelijk ook de zenuw mee irriteert, komt de (zenuw-) pijn opzetten.

Aanpak
Voor deze man is het belangrijk om de spierkracht zo gelijkmatig mogelijk te verdelen en de spieren de functie te laten uitvoeren waarvoor ze bedoeld zijn. Samen hebben we gekeken naar hoe hij de gehele rug- en buikspieren ondersteunend kan inzetten. Hierdoor ontlast hij de schoudergordel en de nekspieren. Deze spieren geven natuurlijk wel kracht en hebben een belangrijke functie, maar ze moeten niet het gehele gewicht tillen.

Dilemma
Alleen…. Nu ervaart hij dus wél klachten tijdens het tillen. Doordat hij zijn schoudergordel nu in de middenstand houdt, bollen de spieren tijden het tillen op in een andere stand dan normaal. Hierdoor is er nu even minder ruimte voor alle andere structuren van het lijf (zenuwen, bloedbanen, spieren etc), en wordt de zenuw direct even geïrriteerd. De spieren zullen even moeten wennen aan deze nieuwe ‘gebruikersstand’. Wanneer de vezels op een iets andere manier gaan liggen (door gebruik) dan zal het effect pas duidelijker worden. Dat betekent dat hij zeer goed moet gaan opletten en zijn houding blijvend zal moeten aanpassen.

Motivatie
De man in kwestie zelf gaf aan dat hij in ieder geval een verandering voelde en dat dit betekent dat hij er zelf invloed op kan hebben. Dat gaf hem dan weer een goed gevoel en de moed en motivatie om het te gaan proberen.
Want een houding veranderen is niet zo eenvoudig. Zeker niet wanneer je klachten ervaart bij de verandering. Je lichaam kiest automatisch voor de weg met de weerstand, en zal het liefst de pijn vermijden. De start van de uitdaging van een houdingsverandering is gezet.

Ik ben benieuwd hoe het over twee weken gaat wanneer ik hem weer in de praktijk zie.

schouderpijn, zenuwpijn, oefentherapie cesar / mensendieck

Ik kan alles! Echt niet?!

Kan je iedereen in de praktijk helpen? JA en nee is het antwoord daar op.

Een cliënt: ‘Gebeurt het dat je mensen niet kan helpen? Dat er geen resultaat is? En vind je dit dan vervelend?‘ Dit vond ik een lastig te beantwoorden vraag.

Met ‘geen resultaat’ bedoelde de mevrouw dat de pijn niet weg is. Ik bedoel daar hele andere dingen mee. Mensen komen in de praktijk meestal met de vraag dat ze pijnvrij willen bewegen, maar wat je vaak ziet is dat iemand uiteindelijk meer/ beter willen kunnen bewegen. En dat is iets heel anders.

Sommige oorzaken van klachten zijn zo fundamenteel dat deze niet weggenomen of veranderd kunnen worden. Hierdoor zullen er altijd klachten blijven bestaan. Ook in deze situatie is er nog werk voor de oefentherapeut Cesar / Mensendieck. Een houding- of bewegingspatroon, maar ook coping strategie kunnen klachten vaak verergeren. Wanneer dit wordt aangepast kan je er voor zorgen dat de klachten in ieder geval niet verergeren, wellicht verlichten worden of anders worden ervaren.

Iemand zijn geluk hangt vaak samen met een mate van zelfstandigheid en bewegingsvrijheid. Wanneer dit vergroot kan worden, maar de klachten hetzelfde blijven is er toch al een mooi doel behaald. Voor de cliënt is het belangrijk om zijn grenzen in vertrouwen te ontdekken en te weten hoe er mee om te moeten gaan.
Wat is de oorzaak? Wat is het gevolg? Wat betekent naar mijn lijf luisteren? Wat gebeurt er wanneer ik een keer niet luister naar mijn lijf? Wat gebeurt er wanneer ik dit structureel niet doe? Waarom werkt mijn lijf op deze manier?
Wanneer deze vragen beantwoord worden, zie je al vaak een ontspanning. Want wanneer je weet dat je goed voor je lijf zorgt en de klachten niet erger maakt door je dagelijkse bewegingen, durf je vaak weer meer
Natuurlijk komt het voor dat ik mensen zie in de praktijk, die ik niet op weg kan helpen. Door persoonlijkheden die niet matchen, door te weinig gespecialiseerde kennis over bepaalde oorzaken van klachten, doordat oefentherapie Cesar / Mensendieck niet de juiste vorm van therapie is…etc. Graag ga ik dan met die persoon op zoek naar wat dan de juiste weg voor hem/haar kan zijn. Gelukkig heb ik veel fijne collega’s in Dordrecht in de fysiotherapie, oefentherapie, logopedie, gewichtconsulentes, osteopathie, psychologie, haptonomie, diëtiek, maar ook huisartsen en verschillende medisch specialisten. Allemaal mensen die klaarstaan om te zorgen dat we samen jou weer verder kunnen helpen.

Vind ik het dan erg als ik geen resultaat heb? Nee, ik vind het wel jammer als ik niet iemand op weg heb kunnen helpen.  Geen resultaat komt dus eigenlijk niet vaak voor.